Gezamenlijk Zondagsblad

Informeert en inspireert betrokken kerkmensen

Zou ik de enige zijn voor wie de tijd na Nieuwjaar een beetje leeg aanvoelt? We hebben heel wat feesten gehad, zij het me de nodige beperkingen, maar toch … En nu, wat brengt januari meer dan : alles is weer begonnen en we pakken maar weer aan en op. Het zou toch jammer zijn wanneer dat het overheersende gevoel zou zijn. Er is zoveel meer, we hebben de voorbije tijd zoveel meegemaakt en zoveel ontvangen. Vandaar nu een poging om aan te sporen tot overdenken, tot het bevragen van onszelf met betrekking tot wat we hebben gehoord en/of gelezen. Van koningin Elisabeth de eerste (1533 – 1603) las ik ooit iets ten aanzien van haar Bijbelgebruik: ‘Ik wandel dikwijls … in de lieflijke velden van de Heilige Schriften, waar ik de prachtige groene kruiden van teksten pluk, die ik eet door ze te overdenken en ik sla ze voor lange tijd op in de zetel van het geheugen … zodat ik minder last heb van de bitterheid van dit miserabele leven’. Waarvan akte. Maar ook als het leven niet bepaald miserabel genoemd kan worden, is haar voorbeeld hopelijk inspirerend. Immers, ik zal niet de enige zijn die na een Bijbellezing (aan tafel bijvoorbeeld) al na korte tijd niet meer zou kunnen vertellen wat er was gelezen. Daarom een paar vragen die te maken hebben met verhalen, met geschiedenissen waarover we nog niet zolang geleden hebben gehoord. Gewoon, als een uitnodiging om op die bekende gebeurtenissen nog eens te kauwen en er wellicht zodoende meer uit te ontvangen.

De eerste vraag gaat over de wijzen uit het Oosten. Hoe komen wij er bij om al eeuwenlang deze eerbiedwaardige geleerden het Kind te laten vinden in de stal? Niet alleen dat Matteüs ons al laat weten dat de ontmoeting plaatsvond in een huis, maar er is meer. Bij de geboorte verschijnt er een bijzondere ster. De waarneming daarvan leidt tot het besluit om naar de boreling op zoek te gaan. Dan komt de tijd van voorbereiding van de reis, de lange reis zelf. Hoe lang zal dat alles geduurd hebben? Een jaar? Zou het kunnen zijn dat de wijzen zo ongeveer op Jezus eerste verjaardag aanwezig waren? Lijkt logischer mijns inziens dan in de stal.

De vraag die zich aanbiedt is dan: waarom gaan wij zo gemakkelijk mee in hoe ons de dingen worden verteld, ook als het verhaal volkomen onlogisch is? Niet dat ik iets zou willen doen aan de betekenis van dit bezoek – dat staat, maar toch …

De tweede vraag gaat over de kindermoord in Betlehem. Hebt u zich ooit afgevraagd waarom de wrede dictator Herodes kinderen tot twee jaar liet vermoorden? Zeker, om geen risico te lopen, maar waarom dan twee en niet bijvoorbeeld een half jaar, of vier jaar. Kan ook dat te maken hebben met de tijd die de wijzen nodig hadden? Matteüs schrijft dat de wreedaard nauwkeurig geïnformeerd wilde worden over het moment van verschijnen van de ster. Een jaar geleden? En daarom maar voor alle zekerheid twee jaar gekozen? De dood van vermoedelijk 30 kinderen?